Nachtboek

Wie ben jij zonder de censuur van het daglicht?

Zij is mysterieus, soms ongenaakbaar, verandert razendsnel van gedaante. Elke avond na zonsondergang schrijft ze. Ze wil de muze strikken als ook die haar waakzaamheid laat varen.
Het is een ademloze zoektocht naar de onderstroom die haar leven stuurt. Haar schrijven is woest en ontembaar, alsof dit het moment is en de waarheden anders voorgoed verloren gaan.

Het boek leidt haar langs het leven en de dood, via de diepe wortels van familie en religie, naar die ultieme vraag: bestaat de grootse meeslepende liefde?


Mieke Jacobs laat je niet ontsnappen.

Ze maakt je hongerig, slingert je eerst in alle richtingen, kruipt onder je huid met poëtische taal en naakte zinnen en laat je geen andere uitweg dan ook je eigen keuzes onder ogen te zien.

Een boek om dicht bij je te houden.



Tergend langzaam verstrijkt de tijd.

Nog tergender en langzamer tijdens die lange zomerdagen. Ze heeft namelijk een concept bedacht en daarmee bijna een bezwering uitgesproken over het boek, er zijn bestaansrecht aan verbonden.

Elk woord moet geschreven worden na zonsondergang: tijdens die uren van schemerlicht en duisternis waarin niets is wat het lijkt, alles meer zwart-wit is, dramatischer, creatiever ook.

Waarin lichaam en geest toegankelijk zijn voor demonen en engelen, voor lethargie en euforie, voor verleden en toekomst.Verhalen over magie en schaduwkanten. Over echt gebeurd en echt gevoeld, gevreesd, geleefd, of toch niet?

Geschreven zonder de censuur van het daglicht.

Dus mag ze overdag niet schrijven. Zelfs niet als ze een briljante ingeving heeft, of als de woorden zich dwingend opdringen. Ook niet als de muze overdag verschijnt en haar hete adem voelbaar is. Ze wil de muze strikken en verleiden op het moment dat deze ook haar hoge hakken uitschopt en haar waakzaamheid laat varen.

Laat ijzeren discipline haar nu net als gegoten zitten, als een op maat gemaakt harnas, dus houdt ze de woorden en zinnen verbeten vast tot de zon weer ondergaat.

Is het een verhaal, een roman, een autobiografie?
Het is een zoektocht naar de onzichtbare onderstroom die haar leven stuurt: van hoog naar laag, van volledig uit koers tot in de richting van het ware noorden, van schemerlicht tot donker en weer licht. Eén lange, bijna meditatieve stroom van gedachten, even vluchtig als vasthoudend, waarbij het ene woord tot het andere leidt en ze achteraf probeert de associatieve reis te reconstrueren.

Misschien om te begrijpen waar dit leven in hemelsnaam over gaat, wie het ooit bedacht heeft en het zijn wetten heeft opgelegd.

Het is een handleiding voor dit aardse bestaan en een gecodeerde gebruiksaanwijzing voor diegene die haar wil beminnen en ze zijn allebei gedoemd onvolledig en onmiddellijk achterhaald te zijn, nog voor de inkt is opgedroogd.

Zij wijst al bij voorbaat elke aansprakelijkheid af: voor waar of onwaar, voor goed of fout. Elke stelling is er per definitie om bewezen en ontkracht te worden.‘Onder voorbehoud van alle recht en zonder enige nadelige erkentenis’, kan ze zelfs tien jaar na de scheiding van de advocaat nog letterlijk declameren.

Wie zijn die mensen die haar wereld bevolken?
Zijn het fictieve personages, marionetten in een organisch samenspel, schimmen in een schemerwereld, reflecties in een levensgrote spiegeltent? Of echte mensen van vlees en bloed, vluchtige of levenslange tochtgenoten, grijzende wijzen, redders en anti-helden, aartsvijanden als vermomde leermeesters of jonge leerlingen en knielende volgelingen?

Vanwaar dat bezeten schrijven, dat koortsachtige aftellen naar het duister?
Het is schrijven om te begrijpen en te verbinden. Om te verwerken en ook om niet te moeten voelen. Schrijven om te herinneren en te vereeuwigen. Schrijven, gewoon voor het pure genot van de taal, van de woorden en de klanken. Ze kan soms midden in de nacht een woord nog proeven, een zin gefluisterd herhalen. Levensschrijven. Levensnoodzakelijk schrijven.

Ze schrijft gebald, alsof de voorraad woorden niet oneindig is.

Het heeft iets woests.Woest in de zin van ruw en onstuimig, als in ‘niet te temmen, maar wel te leiden’.

Met bonzend hart ontcijferen, onrustig zoeken naar dat ene en die ene. Alsof er uiteindelijk maar een queeste overblijft, slechts één vraag beantwoord moet worden. Ze wil weten of het bestaat zoals zij het zich verbeeldt en of het haar toekomt. Groots en meeslepend moet het zijn, ultiem en heilig. De liefde.

Het is de ultieme naaktheid, in de veilige anonimiteit van een boek. 

Bestellen

ISBN: 978 94 92179 62 3
Prijs: € 18,95
Uitvoering: hardcover
Aantal pagina’s: 276
Leesfragment